Home | FR | EN
 Zoeken

 

 

 

 

 

 

 
 
Vorige Printen Deze pagina naar een vriend sturen


Uw woning isoleren

> Waarom isoleren ?

> Waar bij renovatie het eerst isoleren ?

> Isoleren, tot waar ?

> Isolatie van de zolder

> Isolatie van een hellend dak

> Isolatie van een plat dak

> Isolatie van bestaande muren

> Isolatie van een spouwmuur

> Isoleren langs de binnen-of buitenkant ?

> Hoe condensatierisico's vermijden ?

 

Waarom isoleren ?

Als iedereen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn woning correct zou isoleren, zouden we de CO2-uitstoten met 22 tot 35% kunnen verminderen. Maar dit mooie gebaar voor het leefmilieu komt ook het individu ten goede. Met een degelijke isolatie kunt u besparingen verwezenlijken en verhoogt u ook het huiselijke comfort.

Isolatie verhoogt immers de temperatuur van de binnenmuren en voor eenzelfde omgevingstemperatuur moet u minder verwarmen. U kunt de energiefacturen beperken, u ontziet de natuurlijke bronnen en het leefmilieu; minder moeten verwarmen, betekent een kleinere uitstoot van verbrandingsgas in de atmosfeer en dus worden het broeikaseffect en het effect van zure regen beperkt.

Verdeling van het warmteverlies in een niet-geïsoleerde woning
Dak
26%
Muren
26%
Vensters
20%
Vloeren
15%
Verluchting
13%

 

gotop

Waar bij renovatie het eerst isoleren?

Het meest rendabel is ongetwijfeld de isolatie van het dak of de zolder. De afschrijving gebeurt over het algemeen over 5 jaar en dat kan zelfs 2 jaar zijn als u tegelijk met de isolatie de bekleding vervangt (of de afdichting in geval van een plat dak).

Naast de isolatie van het dak kunt u met kleine gebaren grote besparingen verwezenlijken

> Sluit de deuren om de warmte binnen te houden en vermijd tocht.

> Opgelet als u een afzuigkap gebruikt bij het koken; sluit de deur van de keuken om te vermijden dat de afzuigkap de warmte uit de andere vertrekken wegzuigt.

> Als u tocht van uw vensters waarneemt, tracht deze dan af te dichten met rubberen voegen.

> Vermijd tocht onder de deuren door de plaatsing van deurstrips.

> Sluit ’s nachts en in de winter de overgordijnen en laat de rolluiken naar beneden.

> Isoleer de verwarmingsbuizen in de niet-verwarmde vertrekken (kelder, technische kokers)

> Kleef op de muur achter de radiatoren een reflecterende plaat met aluminiumfolie. Wanneer deze naar de radiator is gericht, reflecteert hij de warmte van de radiator naar de kamer.

 

gotop

Isoleren, tot waar ?

De eerste centimeters zijn het meest doeltreffend. Er dient dus een optimale verhouding te worden gezocht tussen de kost van de investering en de gerealiseerde energiebesparing.

Aanbevolen dikte van het isolatiemateriaal
  minerale wol (1) synthetisch schuim (2)
Dak
12 cm
9 cm
Muren
10 cm
6 cm
Vloer boven een ruimte die niet tegen vorst is beschut 10 cm 6 cm
Vloeren
5 cm
4 cm

(1) Glaswol, steenwol voor een indicatieve λ-waarde = 0,04 W/mK.
(2) Geëxpandeerd of geëxtrudeerd polystyreen, polyurethaan, … voor een indicatieve λ-waarde = 0,03 W/
mK.

Maar het gaat daar om een minimale kwaliteitseis, zodat men vandaag bijvoorbeeld U = 0,3 [ W/m²K ] voor de daken aanbeveelt. Het is eveneens een te vervullen voorwaarde om van de energiepremies te genieten, die alleen worden toegekend als het dak een voldoende prestatie bereikt : warmteweerstand R>3 m2.K/W. De U waarde is het tegenovergestelde van R, d.w.z. U (warmetedoorgangscoëfficiënt) =1/R (warmteweerstand).

-> Berekening van de minimale dikte van het isolatiemateriaal (in meters) : d (m)= λ (W/m.K) x R (m2.K/W), waar λ = waarde die door de fabrikant wordt geleverd en R=3.

 

DAKISOLATIE

voorbeeld diktes isolatiemateriaal voor
U = 0,3 m2.K/W

Type isolatiemateriaal

λ waarde van het isolatiemateriaal

(W/m.K)

Aanbevolen dikte isolatiemateriaal d (cm)

Steenwol
0,035 - 0,045
14 cm
Glaswol
0,035 - 0,045
14 cm
PUR (polyurethaan)
0,025 - 0,035
11 cm
XPS (geëxtrudeerd polystyreen)
0,030 - 0,040
12 cm
EPS (geëxpandeerd polystyreen)
0,035 - 0,045
14 cm
Schuimglas
0,040 - 0,055
17 cm
Geëxpandeerde kurk
0,040 - 0,050
15 cm
Papiervlokkenisolatie
0,035 - 0,045
14 cm
Houtvezelisolatie
0,040 - 0,045
14 cm
Vlasisolatie
0,039 - 0,045
14 cm

gotop

 

Isolatie van de zolder

De meest rendabele isolatie is ongetwijfeld deze van de zolder (afschrijving over ongeveer vijf jaar). Ze kan door elke handige doe-het-zelver worden uitgevoerd.

Twee gevallen:

> Als de zolder is ingericht, wordt het dakvlak tussen de dakribben geïsoleerd. Voor minerale wol (soepele rollen of halfstijve panelen) rekent men een dikte van ongeveer 12 cm (met een minimum van 8 cm). Indien er een onderdak is, wordt het isolatiemateriaal hiertegen geplaatst. Om luchtdichtheid te waarborgen en condensatieproblemen te vermijden, dient een dampscherm (plastic folie, aluminium- of andere folie) aan de binnenkant over de volledige oppervlakte en zonder tussenruimten te worden aangebracht. Men eindigt met de binnenafwerking (gipsplaat, …).
Voor synthetisch isolatiemateriaal (stijve panelen: polyurethaan, polystyreen, ...) rekent men een dikte van 9 cm (minimum 6 cm). Dergelijke panelen zijn enkel geschikt wanneer de afstanden tussen de dakribben regelmatig zijn. Een afdichtingsscherm (dampscherm) is niet nodig (het isolatiemateriaal is dat op zich), maar tussen de voegen van de panelen of de elementen van het skelet, kleeft men afdichtingsstroken of wordt isolerend schuim ingespoten.

Er bestaan nog andere isolatiematerialen met een beduidend betere ecobalans (hennepwol, cellulose, …).

> Als de zolder niet is ingericht, wordt over het algemeen de vloer geïsoleerd. Voor de betonnen vloeren worden stijve panelen met hoge dichtheid geplaatst (eventueel op een egaliserende laag). De afdekking gebeurt met spaan- of multiplexplaten.

Wanneer de zolder niet wordt gebruikt, kunnen minerale wolmatten worden uitgerold. Voor houten vloeren is het opvullen van de ruimte tussen de vloerbalken met isolerende vlokken of korrels of met halfstijve minerale wolplaten een goede oplossing. Een afdichtingsscherm blijkt nodig voor sommige niet-luchtdichte vloeren.

 

gotop

Isolatie van een hellend dak

Alvorens te isoleren, laat men het houtwerk behandelen tegen zwammen (houtzwammen), schimmelvorming en insectenlarven.

De verschillende componenten van het dak, van buiten naar binnen, zijn: dakbedekking (dakpannen), latten, tegenlatten, eventuele onderdak, isolatiemateriaal, skelet, dampscherm, afwerking van het plafond.

Onderdak

Het onderdak vangt het water dat bij bijzondere weersomstandigheden (stortregen, poedersneeuw, storm, dooi, …) of bij het wegvliegen of stukgaan van een dakpan of lei per ongeluk tussen de elementen van de dakbedekking zou zijn ingesijpeld, op en voert het af buiten het gebouw. Het zorgt ook voor de afvoer van het water dat aan de binnenkant van de dakbedekking als gevolg van overafkoeling zou zijn gecondenseerd. Het beschermt dus de isolatie.

Voor dakbedekkingen met dakpannen vereist de NIT 186 een onderdak. Voor een leien bedekking wordt het ten stelligste aanbevolen. Bij een renovatie is de beste oplossing voor het plaatsen van een onderdak het verwijderen van de dakbedekking en het plaatsen van een onderdak van buitenaf. Men moet ervoor zorgen dat het onderdak zo is geplaatst dat het vlot overloopt in de dakgoot.

Polystyreenschuim vervult helemaal alleen de rol van onderdak, isolatiemateriaal en dampscherm. Maar bij isolatie zonder onderdak moeten de minimumhellingen worden gerespecteerd en moet men heel zeker zijn van de degelijke staat van de dakbedekking omdat deze op zich instaat voor de afdichting van het dak.

Dampscherm

Gezien de productie van damp wegens de menselijke activiteit in het gebouw (ademhaling, transpiratie, douche, keuken, …) is de dampdruk binnen groter dan buiten. Welnu, sommige dakisolaties zijn niet zo goed bestand tegen de verspreiding van deze damp (minerale wol, bijvoorbeeld) en, in contact met het koude onderdak, gaat de damp condenseren en het isolatiemateriaal of zelfs de binnenafwerking aantasten. Het dampscherm dat, ten opzichte van het isolatiemateriaal, aan de binnenkant wordt geplaatst, gaat de dampdruk verminderen en het risico op condensatie dus uitsluiten. Het dampscherm is niet altijd onontbeerlijk in verband met de dampverspreiding. Maar het risico op interne condensatie door de verplaatsing van damp door de muur wordt dan verhoogd.

Praktische tips
• moet de volledige oppervlakte van het dak bestrijken (inclusief de verticale delen)
• moet continu zijn wegens de zorg die wordt besteed aan de voegen tussen platen, bladen, …
• de aansluitingen met het metselwerk, het skelet en de ramen moeten verzorgd zijn uitgevoerd
• het dampscherm mag niet geperforeerd worden
• bij plaatsing van twee lagen isolatiemateriaal mag er geen dampscherm tussen beide lagen worden aangebracht

Dikte van het isolatiemateriaal

Thans legt de reglementering een warmtetransmissiecoëfficiënt U (vroeger k) op van 0,4 [W/m²K] voor daken. Maar dit is een te respecteren minimale kwaliteitsvereiste zodat thans voor de daken een U = 0,3 [W/m²K] wordt aanbevolen. Dat is eveneens een voorwaarde waaraan moet worden voldaan om de energiepremies 2006 te genieten die enkel worden uitgekeerd indien het dak een toereikende thermische prestatie neerzet: thermische weerstand R>3 m².K/W -> praktische berekening van de minimumdikte van het isolatiemateriaal: d (m)= λ (W/m.K) x R (m².K/W), waarbij λ = waarde die door de fabrikant wordt meegedeeld en R=3

In de praktijk is de dikte het resultaat van een compromis:
• hoe meer men isoleert, hoe meer het verbruik daalt (verwarming en klimaatregeling) en dus ook de exploitatiekost van het gebouw

• hoe meer men isoleert, hoe hoger de investeringskost.

gotop

 

Isolatie van een plat dak

Voor dergelijke werken doet men best een beroep op een vakman. De componenten van het dak van boven naar beneden zijn: afdichting (roofing), isolatielaag, dampscherm, hellingsvorm, draagstructuur (beton of hout) en binnenafwerking (plafond). Dergelijke realisatie wordt gemeenzaam “warm dak” genoemd. Bij een groen dak bestrijkt men de afdichting best met een wortelwerend product en vervolgens met een plantaardige laag.

Bij een plat dak moet het isolatiemateriaal boven de draagstructuur worden aangebracht indien men vocht en verrotting van het dak wegens condensatierisico’s wil vermijden.

Men mag het plafond nooit van beneden, langs de binnenkant van het dak isoleren. Men loopt dan het risico op verrotting en schimmelvorming tussen het isolatiemateriaal en het plafond. Deze zijn niet zichtbaar en kunnen veel schade aanrichten. Indien uw dak reeds op deze manier werd geïsoleerd, kunt u de binnenisolatie best verwijderen en een buitenisolatie aanbrengen.

 

gotop

Isolatie van bestaande muren

Woningen van vóór 1945 werden uitsluitend met massieve (volle) muren gebouwd. In de jaren vijftig maakten de holle muren hun opwachting. Pas vanaf de jaren zeventig werden de holten systematisch geïsoleerd.

Er zijn verschillende oplossingen voor een betere warmte-isolatie van oude, niet-geïsoleerde muren.

Wat ook de gekozen oplossing is, ze moet altijd aan een grondige technische studie worden onderworpen en met de grootste zorg worden uitgevoerd. Dat is over het algemeen het werk van een vakman.

 

Isolatie van een spouwmuur

Dit gebeurt door via perforatie in de bestaande holte isolerende vlokken, korrels of schuim aan te brengen. De muren mogen niet vochtig zijn, het metselwerk moet in goede staat zijn en de holte moet eveneens schoon zijn (geen mortelresten).

Bovendien is deze methode enkel mogelijk wanneer de sponning voldoende breed is en er niet te veel gemetselde verbindingen tussen de twee muren zijn. Want de bestaande warmtebruggen blijven helaas bestaan na de werken.

Deze methode kan niet worden gebruikt bij een geschilderde buitenmuur of bij geëmailleerde bakstenen.

 

gotop

Isoleren langs de binnen-of buitenkant ?

Bij massieve muren kan de isolatielaag zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de wand worden aangebracht.
Wat kiezen?

> Binnenisolatie
Hier wordt een latwerk aangebracht dat dient als draagconstructie voor het isolatiemateriaal, daarop komt de binnenafwerking. Hier worden panelen gebruikt die deze verschillende functies in één enkel product verenigen.
Binnenisolatie wordt afgeraden wegens inherente condensatieproblemen.

> Buitenisolatie
Hier worden op de wand van de muren isolerende panelen aangebracht die vervolgens met bepleistering, een zijbekleding of een andere afwerking worden bestreken.
Over het algemeen krijgt buitenisolatie de voorkeur, vooral voor puntgevels en blinde muren (zonder vensters).

 

gotop

Hoe condensatierisico’s vermijden ?

> Zowel de materialen als de plaatsingsmethode van het isolatiemateriaal zijn belangrijk.

> De te isoleren wand moet schoon en vochtvrij zijn.

> In geval van een binnenisolatie en als het isolatiemateriaal dampdoorlatend is, moet een continu dampscherm aan de warme kant van het isolatiemateriaal worden geplaatst.

> Warmtebruggen, dit wil zeggen onderbrekingen in de isolatie van een vertrek of een wand, moeten worden vermeden.

> Isolatieplaten of –matten moeten aansluitend zijn om onderbrekingen in de isolatie te vermijden.

Naast deze technische voorschriften moeten de bewoners hun woning ook voldoende verluchten.

Zowel in de winter als in de zomer is het belangrijk dat uw woning voldoende wordt verlucht. Waarom? Omdat onze dagelijkse activiteiten (koken, hygiëne, …) en ons lichaam verschillende liters water in de vorm van damp produceren. Deze moet worden afgevoerd alvorens op de muren te condenseren.

Een te vochtig vertrek is een broeihaard voor bacteriën en zwammen die aan de bron van ademhalingsallergieën en beschadiging van de woning kunnen liggen. Ook hier helpt verluchting om het vochtoverschot af te voeren.

Indien uw woning niet is voorzien van een automatisch verluchtingssysteem, kunt u zelf voor een verluchting zorgen. Open dagelijks uw vensters, ’s morgens en ’s avonds, gedurende vijf minuten zodat u tocht creëert. Ook in de winter moet dit gebeuren. Idealiter laat u de vensters de hele nacht op een kier. Om geen warmte te verspillen, schakelt u de verwarming uit vooraleer te verluchten.

 

gotop

 

Laatste bijwerking : 07/06/2011   © De Stadswinkel vzw - Le Centre Urbain asbl
www.curbain.be - info@curbain.be

Informatieloket: Sint-Gorikshallen, St-Goriksplein 1, 1000 Brussel - Tel: 02 219 40 60

Secretariaat: Antwerpselaan 24, 1000 Brussel - Tel: 02 227 42 69

Inschrijven
Email:
Deze pagina naar een vriend sturen
Votre Email:
Email du destinataire:
Objet:
Votre message: