Verlichting : aanlaten of uitdoen?
> Is het efficient het licht uit te doen bij enkele minuten afwezigheid?
> Pasklare ideeën
> De echte vraag
> Dit hangt af van het soort lamp
Is het efficient het licht uit te doen bij enkele minuten afwezigheid?
Een lamp verbruikt ze meer energie door het aanblijven gedurende 3 minuten voor niemand te verlichten of door aangedaan te worden 2-3 keren gedurende 30 seconden in functie van de aanwezigheid van de gebruiker? In ander woorden, is het beter het licht aan te laten wanneer men een ruimte voor enkel minuten verlaat of is het beter het elke keer aan en uit te doen?

Pasklare ideeën
« Men verbruikt veel meer elektriciteit als men een lamp aansteekt! »
Men denkt vaak dat wat de keuze bepaalt een licht wel dan niet aan te doen een vergelijking is tussen de gespaarde energie gedurende het uitdoen en de overconsumptie bij het aandoen van de lampen. In werkelijkheid is deze overconsumptie veel te gering en te snel om het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden.

De echte vraag
Wat uitmaakt of men best uitdoet of niet, is de economische vergelijking tussen de reductie energieverbruik en de reductie van het levensduur van een lamp veroorzaakt door het heraandoen. Het vaak aandoen van een lamp verslijt sneller deze lamp en vertraagt haar levensduur.
Anders gezegd, is het gewonnen elektriciteitsparing door het uitdoen van de lampen bij het verlaten van een ruimte genoeg belangerijk ten opzichte van het verkorte levensduur van de lampen?

Dit hangt af van het soort lamp
1.Gloeilampen (klassieke lampen of halogeen)
Als de verlichtingsinstallatie is samengesteld door gloeilampen (dat ze halogeen of klassiek zijn) : moet men beter steeds uitdoen.
Het aandoen beschadigd de lamp niet. Het is totale winst uit te doen, zelfs voor een zeer korte tijd.
Nochtans kleine opmerking: als de halogene lampen gebruikt worden met een « dimmer » (ofwel een lichtintensiteitswisselaar, zoals het vaak het geval is in onze livings!), voor het uitdoen, moet men beter het lamp weer of volle regime zetten gedurende 1 tot 2 minuten. Deze laat toe het halogene cyclus van de lamp te regenereren en haar levensduur te bewaren. In het kort, een gloeilamp zal meer verbruiken door het aanblijven gedurende 3 minuten dan te werken gedurende 3x30 seconden.
2.Economische lampen (lampen of neons)
Als de installatie is samengesteld uit fluorescerende buizen gevoed door elektromagnetische ballast (oud ballast), men onderscheidt dan een afwezigheid van meer dan 20 minuten verantwoord het uitdoen terwijl een afwezigheid van minder dan 15 minuten het ontinu aanlaten verantwoord. Tussen de twee is het een onzekerheidszone...
Als de installatie voorzien is van een elektronisch ballast op 'koude' start (= elektronische ballasten van lager kwaliteit), door gebrek van wetenschappelijk studie, adviseert men dezelfde keuzemethode als voor de elektromagnetische ballasten. Deze ballasten zijn eigenlijk bestemd voor lokalen met maximaal 3 aan en uitdoen.
Als de installatie voorzien is van een elektronisch ballast met 'warme' start (= meest performante elektronische ballasten), is het interessanter uit te doen voor afwezigheden boven de 3-4 minuten.
De huidige beschikbare elektronische ballasten werken met een cyclus met verhoogd frequentie (30kHz...50kHz) die het knipperen en het gegons uitschakelen, door 20 à 30% minder energie te verbruiken ten opzichte van een traditioneel elektromagnetisch ballast. Voor de lampen aangesloten op een tijdschakelaar (in de gangen en ander « gemeenschappelijke » ruimtes bijvoorbeeld), is het toegepast een model te kiezen met voorverwarming van de kathoden, die de verkorting van het levensduur van de lampen zal beperken wanneer het aantal aanschakelen toeneemt.
