Home | FR | EN
 Zoeken

 

 

 

 

 

 

 
 
Vorige Printen Deze pagina naar een vriend sturen


Welk ventilatiesysteem kiezen

 

 

> Introductie

> Natuurlijk ventilatie (systeem A)

> Ventilatie enkel stroom (systeem B ou C)

> Ventilatie dubbel stroom (systeem D)

> De verschillende noodzakelijke bestandsdelen voor een goede ventilatie

 

1. Introductie

De norm NBN D50-001 bepaald 4 basis ventilatiesystemen mogelijk voor woongebouwen.
Allen georienteerd op hetzelfde principe :
1.Verse luchttoevoer in de droge lokalen (leefruimtes, bureau, kamer)

2.Doorstroom van deze lucht in de vochtige lokalen (sanitair, badkamer, keuken)
3.Afvoer van vervuilde lucht van de vochtige lokalen.

Het verschil tussen de 4 systemen bevit zich in de keuze van een mechanisch of natuurlijk lucht toevoer/afvoer.

Toevoer/Afvoer Natuurlijk Mechanisch
Natuurlijk Systeem A Systeem C
Mechanisch Systeem B Systeem D

 

2.Systeem A (natuurlijk ventilatie)

Het systeem benodigt geen ventilator.
De natuurlijke ventilatie steunt op verplaatsing van lucht die plaatsvindt dankzij de bestaande drukverschillen tussen de gevels van de gebouwen en dankzij de

verschillen van volumieke massa in functie van de temperatuur.
Het debiet verse lucht wordt gegarandeerd door een gekozen opening die als taak heeft lucht naar binnen te laten doorstromen en het beheren van zijn hernieuwing.
Het toevoer verse lucht gebeurt langs regelbare roosters of vasistas.
De luchtdoorstromen in de vochtige lokalen kunnen onder de deuren of via roosters gebeuren.
De openingen tussen lokalen bevorderen het geluidoverdracht, maar het is mogelijk akoestische dempers te plaatsen.
De dikte van het systeem vergt een plaatsing in de muur.
Tenslotte, de afvoer vervuilde lucht wordt verzekerd door vertikale kanalen in het dak.
In het algemeen zijn de leefruimtes of burelen evenals de kamers, toevoerruiltes voor verse lucht.
De ruimtes met extractie van vervuilde lucht zijn de vochtige ruimtes zoals keuken, badkamer en de WC's.

 

                 Natuurlijk ventilatie (systeem A)
syst1

Voordelen

Het voordeel van een dergelijk systeem is dat het geen elektrisch verbruik vergt: de natuurlijke actie van de wind is het enig motor van het systeem. Het is dus niet luidruchtig et benodigt zeer weinig onderhoud. Zijn impact op het milieu is onbestaand.


Nadelen
Daarentegen, blijft de garantievermogen beperkt want sterk afhankelijk van de klimatologische voorwaarden (wind, temperatuur). Eveneens, zodoende een oncomfort te vermijden in de winter, worden de roosters op een hoogte boven de 1,80m ten opzichte van de grond.

Bron : Energie+

 

3. Ventilatie enkelstroom, systeem B of C

De enkelstroom ventilatie bestaat erin een beweging van een luchtstroom te creeeren ofwel door een mechanische toevoer, ofwel door een mechanische afvoer.
De keuze van deze laatste zal het systeem in kwestie bepalen.
In de meeste gevallen, is de meest tegengekomen ventilatie uitgevoerd op een wijze dat de nieuwe lucht natuurlijk binnenstroomt en dat de vervuile lucht wordt afgevoerd via een extracteur in de vochtige of vervuilde lokalen (systeem C).
Het doorstromen van de lucht gebeurt onder de deuren en de doorstroomroosters.
Op deze wijze, moet men zich waarborgen van de plaatsing van aangepaste openingen in de gevel, de organisatie van luchtdoorstroom in de afvoerlokalen en het onderdruk zetten van de vochtige lokalen zodat de luchtextractor (of afvoerventilator) de vervuilde lucht afzuigt.

               Ventilation enkelstroom (systeem C)
syst C

- Voeding verse lucht in voorgevels in de propere lokalen

- Luchtdoorstroom in de afvoerlokalen

- Mechanische afvoer van de vervuilde lucht vanuit de vochtige lokalen

Bron : Energie+

 

 

4.Systeem D (Dubbelstroom ventilatie)

De dubbelstroomventilatie steunt op de mechanische pulsie van nieuwe lucht, voorafgaand gefilterd en de mechanische afvoer van vervuilde lucht.
Het is belangerijk de extractielokalen onder druk te houden zodanig dat de geuren niet ontsnappen.
De pulsie gebeurt vanaf een netwerk vertikale en horizontale kanalen in het vals plafond.
De luchtaanvoer monden zijn van het muurtype (bij voorbeeld, in de terugvallen van valse-plafonds), of van het plafondtype als er valse plafonds bestaan in de ruimte.

Deze gecontroleerde mechanische ventilatie gebeurt meestal met warmte recuperatie :
Het principe is het verwarmen van de inkomende lucht met de teruggewonnen warmte van de buitengaande lucht aan de hand van een warmtewisselaar en deze zonder het mengen tussen verse et vervuilde lucht.
Zo is het mogelijk 90% van de buitengaande warmte te recupereren!
In het algemeen, voor het uitwisselen van warmte, is het een plaatwisselaar (bij voorbeeld), die de warmteoverdracht toelaat zonder mengeling tussen nieuwe en vervuilde lucht.
De norm bepaald dt het thermisch rendement van de wisselaar >80% moet zijn.

 

                Dubbelstroom ventilatie (systeem D)
syst D

Voordelen
Deze systeem garandeert een zeer hoge performantie in de mate de controle van de ventilatie er optimaal is.

Nadelen
Het gecontroleerd mechanisch ventilatiesysteem is noodzakelijkerwijs duurder dan het natuurlijk ventilatiesysteem. Het betekent dus een belangerijk investering.

Bron : Energie+

 

echangeur1 echangeur2

Principeschema van de warmtewisselaar

Bron : Energie+

Schema plaatwisselaar

Bron : Energie+

 

 

5. De verschillende noodzakelijke bestandsdelen voor een goede ventilatie

   1. Luchttoevoer apparaten

De verse lucht voedingsopeningen moeten minstens voorzien worden in de « droge » lokalen van het gebouw, dit wil zeggen in de living, de slaapkamers, de spel- en leerlokalen.
De luchttoevoer mag gebeuren op een natuurlijke manier (systeem A) of mechanisch (systeem B).

Ruimte

Nominaal debiet voor luchttoevoer volgens de norm

NBN D50-001

Leefruimte 3,6m3/u.m2 (minimum 75m3/u en mag beperkt worden aan 150m3/h)
Slaapkamer, leerlokaal, speellokaal 3,6m3/u.m2 (minimum 25m3/u en mag beperkt worden aan 36m3/h.pers)

 

  • Natuurlijke voeding (Systeem A en C)


De verse buitenlucht moet aangevoerd worden via voorziene regelbare openingen in de buitengevel :
een raam of een buitendeur of nog rond een raam of buitendeur.
De luchtdebiet door de toevoeropeningen is bepaald door het drukverschil.
Wanneer de voeding natuurlijk is, hangt het drukverschil af van de klimatologische omstandigheden, van de luchtdichtheidsverdeling in het gebouw,

van de eventuele mechanische extractiedebieten en het gebruik van het gebouw.
De nodige afmetingen van de openingen voor het garanderen van de vereiste debieten hangt af van deze drukverschillen.
Hiervoor bepaalt de norm NBN D50-001 dat de nominale debieten gerealiseerd moeten worden voor een drukverschil van 2Pa.

De openingen voor natuurlijk luchttoevoer moeten sluitbaar en regelbaar zijn :
de vrije sectie van de openingen moet kunnen manueel of automatisch geregeld worden in minstens 3 standen tussen de open en gesloten stand.
Men vindt zo een groot varieteit aan ventilatieroosters.
Elk onderscheidt zich door zijn plaats in de buitengevel.
Parallel, bestaan er op de markt roosters veel efficienter en specifiek :
autoregelbare roosters, hydroregelbaar, geluidsdempend of met thermische onderbeking.

 

 

oar oar oar

Geïntegreerd roosters boeven de raamwerken

Source energie +

Vertikale roosters geïntegreerd in het raamwerk

Source energie +

Regelbaar roosters in te bouwen in het metselwerk

Source energie +

 

  • Alimentation mécanique  (systèmes B et D):

Voor de mechanische luchttoevoer zijn de toevoeropeningen gebonden via kanalen aan de ventilator,

geregeld (in principe één keer voor altijd) op voorand door een installateur zodoende het gewenste toevoerdebiet te realiseren.

 


    2. Mechanische voeding (systeem B en D) :

Omdat de frisse lucht aangevoerd wordt door de droge ruimtes en dat de vervuilde lucht afgevoerd wordt via de vochtige lokalen,

moet een verbinding voorzien worden voor de doorstroom van lucht tussen de twee.
Deze verbinding gebeurt rechtstreeks ou via tussenlokalen (gangen, hall, trappenhall) aan de hand van doorstroomopeningen.

Noteer dat de doorstroomopeningen altijd niet-sluitbaar zijn.

 

Ruimte

Doorstroomopening (debiet voor drukverschil van 2 Pa volgens

norm NBN D50-001 )

Spleet onder deur
(volgens NBN D50-001)

Leefruimte 25m3/u minstens 70cm2
Kamer, leerruimte of speelruimte 25m3/u minstens 70cm2
Badkamer, wasruimte, drooglokaal 25m3/u minstens 70cm2
Keuken 50m3/u minstens 140cm2
WC 25m3/u minstens 70cm2

 

OT1

 

 

 

OT2

OT3

De roosters ingewerkt in de binnendeuren

Bron : energie +

De roosters ingewerkt in de binnenmuren

Bron : NIT 203

De spleten voorzien onder de deuren

Bron : energie+

 

 

   3. Luchtafvoer middelen

De vervuilde luchtafvoermiddelen moeten geinstalleerd worden minstens in de vochtige lokalen van de woning dit wil zeggen de keuken, de badkamer, de WC en de wasruimte.
Deze afvoermiddelen moeten de geëiste nominale debieten kunnen realiseren.
De afvoer mag gebeuren op natuurlijke manier (systeem A) of op mechanische manier (systeem C of D).

RUIMTE Débit nominal pour l'évacuation de l'air selon la norme NBN D50-001
Keuken, badkamer, waskamer 3,6m3/u.m2 (minimum 50m3/u en mag beperkt worden op 75m3/u)
Open keuken 3,6m3/u.m2 (minimum 75m3/u)
WC 3,6m3/u.m2 (minimum 25m3/u)

 

  • Natuurlijk afvoer (systeem A en D):

De lucht wordt afgevoerd via regelbare afvoeropeningen naar vertikale kanalen die uitmonden boven het dak.
Voor een drukverschil van 2 Pascal, moet het debiet door de opening in volledig open stand minstens equivalent zijn aan het geëiste nominaal debiet voor het lokaal in kwestie.
De norm eist dat de opening een vrije sectie heeft van minstens 140cm2 behalve voor de WC waar deze minstens 70cm2 moet zijn.
De natuurlijke afvoermiddelen moeten afsluitbaar en regelbaar zijn.
Deze opening moet manueel of automatisch geregeld kunnen worden in minstens 3 tussenstanden tussen open en gesloten stand.
De gesloten stand komt overeen met een minimum opening die een debiet doorlaat inbegrepen tussen 15 en 25% van het geëiste nominaal afvoerdebiet voor het lokaal in kwestie en deze voor een drukverschil van 50 Pa
De open stand komt overeen met het nominaal debiet bepaalt voor 2 Pa.

Wat betreft de afvoerkanalen, de sectie van alle kanalen op welke de afvoeropeningen aangesloten zijn moeten 140cm2 zijn voor de keuken, de badkamer, de waskamer en van 70cm2 voor de WC.
De uitlijning moet zo vertikaal mogelijk zijn (een afwijking van 30° maximum ten opzichte van de vertikale is toegelaten behalve voor de secundaire kanalen).
De plotselinge afwijkingen, de sterke krommen, de plotselinge verbredingen of versmallingen zijn verboden.
Deze kanalen moeten uitmonden boven het dak.

 

conduit

  • Mechanische afvoer (systeem C en D) :

De afvoeropeningen verbonden door kanalen aan de ventilator moeten ontworpen en uitgevoerd zijn om op voorand geregeld te worden door

een installateur zodoende de aanbevolen afvoerdebieten te garanderen.

Laatste adviezen :

Regelmatig uitvoeren van een onderhoud!
-een keer per trimester, voor de extractiemonden van de dienstruimtes
-één keer per jaar, voor de toevoer en extractiefilters van de dubbele stroom warmtewisselaar
-ontstoffen en wassen van de inkomroosters van frisse lucht

Vermijden :
-roosters te plaatsen achter een radiator voor vorstgevaar
-te kleine roosters of niet regelbaar
-artisanale roosters

 

Zie ook :

- Ventilation du logement selon la norme NBN D50-001

- Exigences PEB pour la ventilation des logements

 

 

 

Bronnen :

- NIT 203

- La ventilation des logements, DGTRE

- Condensation et moisissures, DGTRE

- Energie +

 

 

Laatste bijwerking : 17/02/2010   © De Stadswinkel vzw - Le Centre Urbain asbl
www.curbain.be - info@curbain.be

Informatieloket: Sint-Gorikshallen, St-Goriksplein 1, 1000 Brussel - Tel: 02 219 40 60

Secretariaat: Antwerpselaan 24, 1000 Brussel - Tel: 02 227 42 69

Inschrijven
Email:
Deze pagina naar een vriend sturen
Votre Email:
Email du destinataire:
Objet:
Votre message: